Trientje Smit Holtland

Trijntje Smit 1912-1987 geboren en gestorven te Kampen. Geen beroep, getrouwd in 1947 met Zwier Holtland. Zij kreeg twee dochters. Ze was zeer belezen (de hele bibliotheek van Kampen is uitgeleend geweest naar Schokland). Uitzonderlijk gastvrij. Haar huis leek in het weekend een studenten sociëteit. Dit misschien als gevolg van de eenzaamheid op Schokland. Ook hield ze van debatteren over de meest uiteenlopende onderwerpen. Tuinieren en pianospelen waren haar grote hobby’s.

Oude Zuiderzeeverhalen

Bij Lammert’s zuster Jantje word ik (Wim Kuyper, de schrijver van “Oude Zuiderzeeverhalen”)  hartelijk ontvangen maar zij verwijst mij door naar haar zuster Trientje die meer interesse voor Schokland heeft en zelfs bij het werk van haar vader betrokken werd. Zij was onder andere belast met de waarnemingen voor de meteorologische dienst waarvoor zij elke dag, om drie uur, de temperatuur moest opnemen.

En Trientje zou ik nu geheel onverwachts in haar familiekring in Hasselt ontmoeten. Doordat zij zich de Bruiser die ’s winters onder het wakend oog van Lubbertus van de Belt lag, heel goed herinnert, had ik direkt een aanknopingspunt voor een gesprek met haar.

De beste herinneringen heeft zij wel aan de schapenschuur op Schokland naast het ouderlijk huis aan de haven op van Emmeloord. Met grote vaardigheid molk en schoor zij de schapen; de wol werd verzameld en naar de fabriek gestuurd. In het voorjaar werden steeds lammeren en schapen verkocht; dan huilde Trientje als zij in het schip gebracht werden.

Ook heeft zij vaak gehuild toen zij op Kampen op school was; zij ontmoette daar meest kinderen van een ander slag die zich bovendien niet goed wasten. Bij de schipperskinderen was dat zo anders; zij had er altijd goede contacten mee. Fietsen heeft Trientje op Schokland geleerd, op het smalle straatje langs de havenkant. In de schoolvakanties ging zij graag terug in het riet om te lezen. Jan Schuurman bracht altijd boeken voor haar mee.

De ‘hemdsknoopjes’
Kostelijk is haar verhaal over haar tuintjes. Eerst had de opzichter daar bezwaren tegen gemaakt maar later was hij opeens veel soepeler: ‘wat mij betreft maak je van heel Schokland een tuin’, had hij gezegd. Dus maakte Trientje een tuintje voor het huis, van 5 x 10 meter nog wel en daar konden heel wat planten in. Het is heus niet nodig dat het allemaal gekweekte planten zijn, vond zij, want wilde planten zijn ook mooi.

Veel schippers hadden van het tuintje van Trientje gehoord en zij wilden haar wel aan planten helpen. Op een dag dat Trientje in haar tuin aan het werk was, kwam er een schipper langs die veel van wilde margrieten hield en de plaatsen kende waar deze planten veel voorkwamen. ‘Ik zal wat hemdsknoopjes voor je meenemen’, beloofde hij haar. Weer een andere schipper was goed bekend in Zwartsluis en daar had hij zulke prachtige tuinplanten gezien; hij vertelde niet waar. Enkele dagen later bracht hij een heel stel dure planten voor haar mee en die fleurden het tuintje van Trientje erg op. Kort daarna kwam de eigenaar van hotel ‘de Roskam’ toevallig op Schokland en hij ontmoette Trientje toen zij weer in haar tuintje bezig was. ‘Hoe kom je aan die prachtige planten?’, vroeg hij haar; ‘ze zijn uit mijn tuin!’

Dan vertelt Trientje natuurlijk ook over het huishouden dat zoveel tijd in beslag nam maar waar niemand over zeurde en het met plezier deed. Onder de titel ‘Hoed af voor de vrouwen van Schokland’ wijdde de journaliste Mies Blomsma daar zelfs een heel artikel aan. ‘Maken zij ons niet weer eens duidelijk hoe grenzeloos verwend wij vrouwen uit de bewoonde wereld zijn?’, schreef zij.

Een enkele keer klom Trientje langs de onbeschermde trap naar het vuurtorenlicht; zij deed dit om haar vader te ontlasten. Vooral met regenvlagen en rukwinden  moest zij zich goed vasthouden. Eenmaal bovengekomen, draaide zij de kraan om en het licht ging branden.

Vooral ’s winters wanneer Schokland weken achtereen geïsoleerd was en de voorraden begonnen te slinken, werd het weleens spannend. Maar altijd kwam er wel weer een oplossing. Zij herinnert zich een strenge winter; er lagen schepen in de haven die met tarwe waren geladen. De ladingen waren verzegeld maar elke schipper was onder deze omstandigheden bereid om de bevrachter te vragen of het zegel verbroken mocht worden.

Uitgave T. en L. Smit
Onder de schippersjongens die op Schokland  kwamen, was ook Jan Veldhoen. Hij kon goed fotograferen. De tijd was aangebroken, dat er veel toeristen met ‘salonboten’ naar Schokland kwamen en deze mensen wilden natuurlijk graag ansichtkaarten kopen; de meesten werden op Schokland gepost. In het telefoonboek vonden Trientje en Lammert een firma in Baarn die ansichtkaarten drukte en daar stuurden de uitgevers de foto’s van Henk Veldhoen naar toe.
Uit: Oude Zuiderzeeverhalen – Wim Kuyper


Die ansichtkaarten kan ik me nog goed herinneren. We hadden er stapels van en speelden er geregeld kwartetten mee. Om voldoende verschillende kwartetten te krijgen had Harry brutaalweg tekentjes (rondjes, kruisjes, vierkantjes etc.) bovenop op dit belangwekkend erfgoed getekend! J.A.

 


Uitstapje van de meisjesvereniging….mijn moeder is de zesde van links. Uiterst links haar beste vriendin Sietske Schrijver.. verder ken ik ze niet. Wat zal mijn moeder van zo’n club meiden genoten hebben want op Schokland verlangde ze erg naar verenigingen.. gymnastiek.. muziek.. enz enz… wij werden er later aan onze haren naar toegesleept… onder het motto van: oh wat zou ik dat vroeger geweldig gevonden hebben!!! Ik had dat niet…wees maar dankbaar dat jullie dat wel allemaal kunnen doen – Harma

Net na de oorlog