Lammert Smit 1854-1929
Vader van Harm Smit

Lammert Smit is de zoon van Hendrik Smit (de befaamde veldwachter op Urk). Het volgende  speelde zich af in 1875, niet lang na de dood van zijn vader:

“Toen Lammert door zijn veranderde levenspositie (volgde zijn vader op als Rijksarbeider) zich met de geldelijke zaken van het gezin moest bezighouden, bleek er een tamelijk groot tekort. De oorzaak was gedeeltelijk te zoeken in de op Urk onder de familie van Moeder Smit heersende mening, dat op Schokland te wonen betekende “tot aan de ellebogen in het geld te tasten”. Maar de jonge Lammert trad drastisch op. Hij verbood Moeder een jaar lang inkoop te Kampen te doen dan door zijn bemiddeling en onder zijn controle.” Opstel Harm Smit, blz. 70

Uit bovenstaande zou je kunnen opmaken dat Lammert een streng persoon was maar dat beeld wordt in De Bruid van Schokland genuanceerd. Zijn kleinzoon Lammert Kombrink beschrijft daarin een bijzonder aardige en rustige man die begripvol met zijn (niet al te makkelijke) vrouw, Jantje ten Napel, omgaat. Zie De Bruid van Schokland

“Lammert was ondernemend en slim. Zo verkocht hij bijvoorbeeld ansichtkaarten die op Schokland en in Vollenhove aan de man/vrouw werden gebracht. Hij ging op 56-jarige leeftijd met pensioen en verliet het eiland. Het verhaal gaat dat hij zich, tot ergernis van Rijkswaterstaat, te veel als heer en meester van het eiland ging gedragen. Mogelijk ergerde Rijkswaterstaat zich ook aan de neiging van Lammert om al te ijverig en te nadrukkelijk als evangelist op te treden.” Bron:  De nieuwe lichtwachterswoning op Emmeloord (verkoop van ansichtkaarten en het evangeliseren door Lammert is ons overigens uit familiebron niet bekend).

1915 – interview met Lammert in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant

Het nieuwste op Schokland. Dat er op Schokland iets nieuws kan gebeuren of ontstaan —wie houdt dit voor mogelijk —, op dezen smallen eenzamen in de lengte gestrekten dam; slechts bewoond door vier huishoudens. En toch is dit het geval. Op zeventien Mei 1915 is aldaar een rijksvischafslag opgericht. In het kleine maar goede gebouwtje, dat met ruim bovenlicht en met een klein kantoor voorzien is, ziet ge den directeur dezer inrichting Harm Smit met zijn beheer bezig, die tevens de telegrafist van het eiland is. Hij bewoont rechts van het afslaggebouwtje zijn eigen huis. Om in foto te worden opgenomen, verliet Smit voor een oogenblik zijn kantoor en heeft plaats genomen midden in het afslaggebouw (betreffende foto staat niet in het krantenbericht, J.A.). Er was aan deze inrichting behoefte, daar Urk en Volendam — alwaar geregeld vischafslag gehouden wordt — te ver verwijderd zijn van de Overijsselsche kust. Nu komen alle visschers van dien hoek der Zuiderzee de gevangen buit op de noordelijke spits van Schokland, alwaar de eenige haven van het eiland is, ter verkoop aanbieden. Daar ook visschers van elders bij ruw weer alhier een schuilplaats zoeken, wordt deze noordhoek een druk punt en de verwachting, dat de omzet van visch zeer zal stijgen, is gegrond. Op Schokland te toeven en de kennis te maken van de bemin’lijke familie Smit is één. Sinds 1868 vervullen de Smit-’s onder den bescheiden titel van arbeider van ’s rijks waterstaat, na den rijks opzichter, te Kampen woonachtig, de eerste plaats op Schokland. De Smit’s zijn van echt eilandsras — spaarzaam, degelijk, verstandig, betrouwbaar en eenvoudig van wezen. De vader van den directeur van de vischafslaginrichting, L. Smit, — Fries van afstamming — is in 1911 uit zijn ambt getreden, na dit gedurende drie-en-veertig achtereenvolgende jaren vervuld te hebben. Hij bewoont nu een klein huisje te Kampen aan de IJsselkade, alwaar het vrije en wijde uitzicht op den stroom en op het Kampereiland hem aan het eilandsleven doet terugdenken. Op mijn vraag, welk verschil hij gevoelt in het zijn aan den vasten wal of op het eiland, merkt Smit op, dat men waken moet om niet medegesleurd te worden met de onrust, welke het leven hier kenmerkt. Men moet trachten — zoo vervolgt hij — zelfbewust zichzelf te blijven, zooals op Schokland. Ja gewis, de eilanders staan naar mijn opvatting altijd als menschen iets hooger, deed ik hem gevoelen. Neen, dat juist niet, gaf Smit kort en bescheiden ten antwoord, misschien is men daar in die stille afgesloten omgeving meer zooals men als mensch wezen moet. Ja. ja, nu vat ik u; daar op ’t eiland hebt u elkaar n o o d i g, steeds noodig in verkeer en in zaken; deze noodzakelijkheid verhoogt, dunkt mij, onwillekeurig eerder het peil van het menschelijke. Het is een voorrecht en een verrijking zulke krachtige karaktertypen te leeren kennen; dit doet de moeiten der Teis vergeten. L. Smit’s oudste zoon Hendrik, oud zeven-endertig jaar, is sinds 1911 zijn’ opvolger en bewoont als arbeider van ’s rijke waterstaat het goede, ruime rijksgebouw; Hendrik is nu de eerste persoon op Schokland. Ook hij houdt, evenals zijn vader dit reeds op twee-en-twintig jarigen leeftijd had ingesteld, des Zondags tweemaal een godsdienstoefening aan huis, waarbij ‘het gezang door de toonen van het orgeltje wordt gesteund; hun opvatting is die der gereformeerden. Een ieder, welk geloof ook toegedaan, heeft vrijen toegang; ’s winters bij ruw weer, als de haven met vaartuigen gevuld is, komt het voor, dat de kring der verzamelden tot veertig aangroeit. De samenkomsten bij Smit voorzien in een behoefte. J. H. Schorer.

De familie Smit, staande voor hun huis aan de haven van Emmeloord op Schokland. Tweede en derde van links zijn Lammert Smit (1854-1929) en zijn vrouw Jantje Ten Napel. Geheel links en rechts staan hun zonen, resp. Harm Smit (de schrijver van de kroniek) en Hendrik Smit. Derde van rechts staat dochter Jantje Smit, en naast haar staat Jentje Gerssen, die getrouwd was met de Urker Rinke Oost.

Lammert werkte 33 jaar lang als lichtwachter maar een lichtwachter pensioen heeft hij nooit mogen ontvangen. De reden: Lammert kreeg, ondanks die 33 jaar, nimmer een vaste aanstelling als lichtwachter. Zijn zoon Harm Smit klaagt in zijn kroniek over het pensioensysteem en dat mensen dupe worden van het “onsociale ambtenarensysteem”. Hoeveel verschillende pensioenen Harm Smit, kampioen verschillende baantjes, heeft gekregen is overigens niet bekend.  Harm werkte als onbezoldigd veldwachter en zal daar ook geen pensioen voor hebben gekregen.  Tijdens een radio-uitzending vanaf het eiland Schokland klaagde Harm over die weinig gewaardeerde functie. Zijn superieuren waren daar niet blij mee.

Het geelbruine mapje bevat verschillende documenten betreffende de aanstelling van Lammert Smit tot rijksarbeider, lichtwachter en postkantoorhouder en  daaraan gerelateerd de eervolle ontheffing uit die functies met tenslotte de afhandeling van de verschillende pensioenen.

Uittreksel uit het Register van Geboorten de gemeente Leeuwarden, van de geboorte van Lammert
Huis Lammert Smit, Kampen, Vloeddijk 143. Het huis met de twee fietsen voor de ramen

Kleinzoon Lammert Smit, de zoon van Harm Smit, zat op school in Kampen en was een paar jaar in de kost bij zijn opa Lammert Smit. Er was in die tijd nog een kostganger (een neef van  de Kombrink-kant). Die neef merkte eens op dat als opa Lammert het gebed na het avondeten beëindigde exact de klok van zes uur  luidde. Dat gaf wel aan wat een stipte gestrengheid zijn opa  in acht nam. De kostgangers kregen elke morgen een eitje bij het ontbijt kregen, voor die tijd een luxe. Na een paar weken kon kleinzoon Lammert Smit geen ei meer zien